Hebben we echt nood aan meer mannelijke sterontwerpers? Ik denk het niet.

De Drempel is hoog - Gastartikel door Chloë Janssens

Het is 2 september 2009. Ik doe de toelatingsproef voor Sint Lucas Gent (red. nu: LUCA School of arts -campus Gent / Sint Lucas). Ik ben 17 jaar oud en iedereen in mijn omgeving kent me als ‘de creatieveling’. Al sinds de basisschool vragen leerkrachten en vrienden me om een tekening voor het schoolkrantje of een poster voor de scoutsfuif. Ik hou van digitaal ontwerpen en kijk uit naar een plek om daarin te groeien. Ik barst van enthousiasme en positivisme.

Image
“Weet je, we hebben lang getwijfeld om je toe te laten. Het zit zo, je werk is te meisjesachtig. Maar goed, we geven je een kans.”

Ik slaag, samen met de meerderheid van de deelnemers. Aan dit mekka voor kunst zal ik vier jaar doorbrengen. Iedereen is opgelucht en hoopvol tot de enige vrouwelijke docent ons groepje benadert en één iemand van ons aanspreekt. Ze zegt: “Weet je, we hebben lang getwijfeld om je toe te laten. Het zit zo, je werk is te meisjesachtig. Maar goed, we geven je een kans.” Een akelig gevoel neemt het over. Niemand spreekt. Er valt een stilte.

Vier jaar gaan voorbij. Ik bestudeer de volledig witte, mannelijke geschiedenis van het grafisch- en letterontwerp. Ik word begeleid door een overgrote meerderheid aan witte, zelfzekere mannen die mijn werk maar al te graag bekritiseren met het nodige amusement, en me buiten de schoolmuren niet herkennen. Ik mijd alles wat meisjesachtig zou kunnen zijn. Mijn werk eindigt een keer op ‘de schaamtafel’, tekeningen van een andere student worden op de grond gegooid, een docent lacht naar me terwijl hij zegt: “Dit zijn de lelijkste pagina’s die ik ooit heb gezien.” Ik twijfel of ik Sint Lucas Gent een kans had moeten geven. Na vier jaar slaag ik opnieuw en daar sta ik dan. Vijftien kilo magerder, kettingroker en koffieslurper. Een diploma Beeldende Kunst op zak, maar geen idee hoe ik verder kan bouwen aan een praktijk die steunt op de idealen die ik aangeleerd kreeg. Mijn optimisme en enthousiasme zijn ver te zoeken.


Het is januari 2020. Ik werk vier jaar als grafisch ontwerper in hoofdberoep en heb me, samen met het oude jaar, eindelijk verlost van het verlangen een design award te winnen. Ik ben het beu te werken naar een koloniaal en patriarchaal ideaal. Ik wil voorbeelden om naar op te kijken omwille van hun eigenheid, niet omwille van hun mannelijkheid. Voorbeelden die op mij lijken. Ik zocht hen in magazines, op events en conferenties en vond ze té weinig. Ondanks een onverklaarbare angst, gesitueerd ergens onder mijn borstbeen, zei ik er iets van.

O, de vrouw die de openbare ruimte betreedt om haar stem te laten horen. Iemand dacht dat ik sprak uit eigen belang. Maar ik wil geen leugens geloven. Ik leer het zwijgen af. Mijn stem is urgent. Ondanks de krop in mijn keel praat ik verder.

Ik ben het beu creatieve belangenorganisaties te horen klagen dat het écht moeilijk is om vrouwelijke sprekers te strikken van (ik citeer) “het juiste kaliber”. Je kan die uitspraak niet rechtvaardigen wanneer aan de wortel van diezelfde sector instanties actief zijn die “letterlijk” vrouwelijkheid uit hun werking én geschiedenis bannen. De creatieve sector bant vrouwelijkheid uit haar cursussen, uit haar voorbeelden, uit haar bestuursposities, uit haar framing door publicaties, en dus uit hoe design eruit ‘moet’ zien.

Image

Misschien denk je nu: “Wat erg, wat jammer, zoiets kan toch niet!”. Het is makkelijk verontwaardigd te zijn over de nog steeds ontoereikende representatie van de vrouw in de creatieve sector. Maar weet ook dat als vrouwen (en dingen die we als “vrouwelijk” zijn gaan benoemen) volledig toegelaten worden, er dingen zullen veranderen. Posters, producten, teksten, design en idealen zullen veranderen. We kunnen geen verontwaardiging tonen voor de ontoereikende representatie van de vrouw terwijl we blijven vasthouden aan mannelijke idealen.

En als dat je bang maakt, geloof ik dat best. Verandering is altijd spannend. Maar angst rechtvaardigt onderdrukking niet.


Wat stel ik dan voor?

Om te beginnen stel ik voor om de wildgroei aan opinies, quotes en inzichten van witte mannen, in te perken en enkelen daarvan te vervangen door inzichten van bv. Geertrui Storms, Soe Nsuki, Ikram Aoulad, Shannen Smets, An Eisendrath, An Onghena, Siglinde Bossuwé, Ines Cox, Fatinha Ramos, Stephanie Specht, Samira Atillah, Isabelle Vanhoutte, Karlijne Geudens, Nina Serebrenick, Mariam Farkhani, Ellen Claes, Esohe Weyden, Jade Janssens, Marjan de Ridder, Lisette Ma Neza, Hind el Jadid en vele anderen.

Ik opper om actief op zoek te gaan naar de ontbrekende stukken in onze design geschiedenis. Een goed voorbeeld is het Amerikaanse magazine Eye On Design. Ik raad iedereen een abonnement aan. Dat magazine licht elke editie belangrijke vrouwen uit de geschiedenis van het ontwerp uit. Vrouwen die van onder het stof en van achter hoekjes worden gehaald waar de mannelijke geschiedschrijver liever niet wou kijken. Ik denk dat het belangrijk is dat we dat in Europa ook durven, zodat meer studenten zichzelf kunnen herkennen in een succesverhaal en zich ingebed voelen in een traditie.

Ik pleit voor nieuwe jury’s. Jury’s die een eerlijke representatie zijn van het werkveld. Jury’s met kennis die voorbij de witte, mannelijke canon reikt. Die jury’s wil ik in toelatingscommissies, bij het opstellen van de line-up voor conferenties, bij het toekennen van design-awards en bij het samenstellen van blogs en publicaties.

En als laatste stel ik voor om iemand een brief te laten schrijven over racisme in de creatieve sector. Dat kan ik niet. Deze elitaire muren houden niet enkel vrouwen van het toneel. Zij houden structureel ook anderen buiten. Tot op de dag van vandaag is deze zaal volledig wit.


De drempel is hoog.

De drempel voor de creatieve sector die de succesverhalen van mannelijke designgoeroe’s uitsmeert om haar eigen economische meerwaarde te bewijzen.

De drempel is hoog.

De drempel voor de creatieve sector die groei nastreeft en daarbij focust op de groep die dat het aller makkelijkst kan behalen. De witte man die gestimuleerd werd in zijn mannelijkheid op school, en die daarvoor gewaardeerd werd op de werkvloer.

De drempel is hoog.

Een meisje van Marokkaanse afkomst loopt stage bij me. Ze studeert publiciteit in het zevende jaar beroepsonderwijs. Ze kan overweg met alle grafische programma’s, heeft een positief karakter en de nodige portie creativiteit. Ze doet het goed, en studeert af. De wereld ligt open. Vorig jaar deed dat meisje ingangsexamen bij Sint-Lucas Antwerpen. Toch was zij die dag de enige die niet toegelaten werd.

De drempel is hoog.

Hebben we echt nood aan meer mannelijke sterontwerpers? Ik denk het niet. We hebben nood aan vakmensen met een stevige poot in de maatschappij anno 2020. Echte mensen. In 2020 wil ik de stem horen van vrouwen in het werkveld, binnen studio’s, als freelancer, als bijberoeper, als hobbyist. Vrouwen uit het verleden en van het nu. Antwerpen is er voor alle creatives. Laat ons dit jaar een breder licht daarop werpen.

Image

Chloë Janssens (*1991) is grafisch ontwerper, activist en kunstenaar. Ze is steeds op zoek naar de waarheid. Ze haalt energie uit het oprichten van horizontale netwerken zoals het collectief Henri Lejeune en Grafisch Antwerpen.

De Drempel lag op woensdag 22 januari 2020 in Designcenter De Winkelhaak. Chloë bracht daar die dag deze tekst. De Drempel zal tijdens het jaar 2020 op meerdere, exclusieve plaatsen te zien zijn.

Eerste beeld: Karlijne Geudens

Image